Ik ben het helemaal eens met de auteurs die stellen dat Ophrys speculum (ciliata) subsp. speculum en subsp. lusitanica heel duidelijk te onderscheiden zijn: “Als je twijfelt heb je de echte lusitanica nog niet gezien”.
Belangrijk kenmerken van lusitanica:
sterk convexe lip
lange en smalle zijlobben
beharing van lip en zijlobben naar achteren gedraaid
lichtgekleurde beharing
gele petalen
Toch vind ik een aantal zaken opmerkelijk:
1. Lusitanica wordt op diverse plaatsen in de Algarve gevonden en volgens alle gegevens in het VPA wordt op deze plek dan ook subsp. speculum gevonden
2. Het aantal lusitanica’s is per vindplaats maar een fractie (max. 10%) van alle speculums
3. Bloeitijd van lusitanica lijkt een week later te bloeien dan speculum
4. Er zijn diverse tussenvormen.
De vraag die dit bij me oproept is of lusitanica een degeneratie is van ciliata? Of zijn speculum en lusitanica twee subsp. die zich regelmatig vermengen?
Wat zijn jullie ervaringen?
Bijlagen
Ophrys speculum subsp. lusitanica.jpg (513.9 KiB) 7190 keer bekeken
fernandiixspeculum.jpg (66.03 KiB) 7178 keer bekeken
Ophrys ciliata subsp. speculum
speculum.JPG (89.08 KiB) 7178 keer bekeken
Rien,
Interessant. Ik ben verleden week teruggekomen van een vakantie op Rhodos en een aantal foto's die ik sowieso wilde plaatsen zijn die van O. ciliata subsp. speculum en subsp. regis-fernandii en de hybride van deze twee. Op een plekje van nog geen vierkante meter kwamen ze alle drie voor waarbij de speculum wel al uitgebloeid was (op andere plaatsen was deze nog wel in bloei. Uit de foto's blijken, voorzover ik kan zien, in ieder geval uiterlijk vele overeenkomsten tussen de lusitanica en de regiis fernandii (op de kleur van de petalen na). Wat wel duidelijk verschilt zijn de aantallen en voorkomen. Op rhodos is het volgens mij niet zo dat op iedere plek met subsp. speculum ook regis-fernandii voorkomt en andersom. Qua aantal is regis-fernandii ook zeker niet in de minderheid. Volgens een Duitse liefhebber was het onkruid en zo talrijk is het op veel plaatsen zeker. Misschien dat de periode 1 tot 10 april daar ook in meespeelde. Als ik de parallel mag trekken lijkt mij dus de tweede mogelijkheid van twee subsp. die zich regelmatig vermengen de meest logische.
Bedankt voor je feedback. het is interdaad interessant. Er vallen me nog meer overeenkomsten op, zoals de lichtere kleur van de beharing. En de petalen bij regis-ferdinandii zijn dan weliswaar niet geel, maar ze zijn toch duidelijk lichter en onbehaard!
Verder heb ik nog wat literatuur over opgeslagen:
Tyteca (JEO 29 2/3, p. 240):
- vanaf Lissabon naar het noorden: overwegend vernixia (=lusitanica)
- vanaf Serra de Arrabida (net ten zuiden van Lissabon) en naar het zuiden: overwegend ciliata
Dus kennelijk is de verhouding in de noordelijke helft van Portugal precies andersom. Overigens: beide taxa hebben hetzelfde verspreidingsgebied.
Landwehr (deel 2, plaat 173, 174):
- haha, dit had ik eerst moeten lezen. Landwehr denk ook aan een mutatie (al spreekt hij slechts een mogelijk vermoeden uit)
- en verder plaatst hij regis-ferdinandii en lusitanica dicht bij elkaar:
Het blijkt wel dat op twee uiteenliggende plaatsen onafhankelijk van elkaar twee afwijkende vormen zijn ontstaan die morfologisch veel met elkaar gemeen hebben; blijkbaar bezitten ze eenzelfde gentisch patroon.
Ik zal voortaan eerst de literatuur maar eens grondig raadplegen.
Volgens mij is de volgorde wel goed: eerst zelf goed waarnemen en je dingen afvragen en dan pas in de literatuur kijken. Ik zelf heb al snel moeite met stap 2 omdat ik niet zo gek veel orchideeenliteratuur tot mijn beschikking heb. Van genetica weet ik dan weer wel het een en ander maar dan weer niet toegepast op orchideeen. Ik vermoed dat bij orchideeen een beperkt aantal "mutaties" beschikbaar is in de regelgenen die leiden tot grote verschillen in het fenotype op een verder vrij homogene genetische achtergrond. Mutaties leiden dan niet zozeer tot degeneraties (wat je bij at random mutaties zou verwachten) maar het is meer een arsenaal aan mogelijkheden (kleuren, geuren, lengte lip, beharing etc) om in te spelen op de omgeving en dan met name de bestuivers wat dan op termijn kan leiden tot soortvorming. De omgeving bepaalt het succes en als dat idee klopt dan moeten er zowel in Noord-Portugal als Zuidelijk Rhodos bestuivers aan het werk zijn die een goede relatie hebben opgebouwd met respectievelijk lusitanica en regis-fernandii. Het zou me dan vervolgens weer niet verbazen als de werkelijkheid weer een stuk ingewikkelder is dan hierboven voorgesteld :)
Ik denk dat Barbara Gravendeel betreffende de genetica van orchideeën en de expressie in fenotypen een goed oordeel kan geven. Vraag haar eens (ik weet niet of ze regelmatig op het forum kijkt).
Ik zal binnenkort eens een aantal foto's opdiepen van de speculum subspecies (Algarve, Sardinië en Chios).