Zoals iedereen misschien weet is er veel te doen omtrent naamgeving bij orchideeën. Sommige taxonomie is onderbouwt met enkel morfologie andere met morfometrie en fylogenie etc. We zullen ons in de discussie beperken tot de morfologie omdat geen van ons allen inzicht heeft in de fylogenie e.d..
Wat mij altijd opvalt is dat er alleen gekeken wordt naar de verschillen. Een redenatie waar bij men snel fouten maakt in mijn opinie. Het principe wat hierin wordt toegepast is differentiatie. Oftewel het onderscheiden van een entiteit t.o.v. een homogeen geheel. De vraag is? Is er wel een homogeen geheel? En wat is een homogeen geheel? Om zelf antwoord te geven, een genus is valt m.i. onder een relatief homogeen geheel. Wanneer je kijkt naar de overeenkomsten tussen verschillende Dactylorhiza-taxa dan is het overduidelijk dat ze allen behoorlijk homogeen zijn. D.w.z. vingervormige wortelknol, bractee-achtige stengelbladen, life-history-traits, etc. Wanneer je dan naar Coeloglossum kijkt dan is lijkt deze morfologisch niet eens te verschillen van het genus Dactylorhiza (ja ik weet dat er andere inzichten zijn alsmede wetenschappelijk artikel zoals Bateman en Devos etc.).
Hoe homogeen zijn soorten? Wanneer je differentiërende kenmerken laat varen, en enkel kijkt naar kenmerkende eigenschappen welke taxa blijven er over? Probeer het eens uit, beschrijf een taxon als D. incarnata en vermijdt kenmerken als groter dan..., bredere bladen als...kortom gewoon feitelijk opschrijven wat je ziet. Bekijk vervolgens of deze beschrijvingen op elkaar lijken. Je zult zien dat de taxa gewoon stand houden.
Wanneer je vervolgens een stapje lager gaat (ondersoortniveau - variëteit) en hetzelfde toepast wordt het lastiger. Vergelijk populaties met 'witte' D. pulchella's uit New Forest eens met D. majalis (sphagnicola) subsp. calcifugensis, en zie de gelijkenis. Pas het vooraal eens toe op alle fuciflora of holoserica ondersoorten en zie de gelijkenissen. In hoeverre lijkt Ophrys (tenthredinifera subsp.) vilosa dan ineens op O. tenthredinifera? En O. (tenthredinifera subp.) aprilia op beiden? Binnen de groep van het voorbeeld zijn er nog veel meer. O. grandiflora, O ficalhoana etc. Gelijkenissen als Neotinea ustulata en Neotinea tridentata, N. lactea, N. maculata zijn dan ineens evident
Ik hoor nu de stemmen al: ja maar.......evolutie, andere bestuiver(s), duidelijk gescheiden populatie(s). Vooral het laatste argument wordt vaak gebruikt, én als legitiem beschouwd.
Ander voorbeeld. Epipactis helleborine, wie kent deze zeer algemene soort niet. Weinig mensen weten dat deze soort ook voorkomt in Noord-Amerika. Wanneer we het hebben over duidelijke geografisch gescheiden populaties, dan is deze toch evident. De vraag is: Noemen we deze plant (of soort) dan anders? Nee! Want, ze hebben bijzonder veel gelijkenissen. En zo zijn er meer voorbeelden, Neottia cordata, Neottia ovata, Liparis loeselii, Goodyera repens, Calypso bulbosus, Corallorhiza trifida, Planathera hyperborea, Dactylorhiza majalis, Coeloglossum viride, Pseudorchis albida, Hammarbya (Malaxis) paludosa, Spiranthes romanzoffiana etc. De vraag is waarom dan we dat doen wel voor iedere 'poep of scheet' bij onze Europese orchideeën. Opmerkelijk hierbij is dat (nagenoeg) alle taxonomische en systematische oplossingen omtrent naamgeving bij Europese orchideeën enkel rekening houdt met Europa. En dus voor het gemak de rest vergeet. Vergelijk het maar met het kijken door een telescoop. Je kijkt naar iets aan de horizon. Je ziet enorm veel detail, maar vergeet het bredere perspectief en bent blind voor wat er om je heen gebeurd. De vraag is hoeveel naamgeving nu werkelijk waard is wanneer men bedenkt dat we met een telescoop inzoomen op het mediterrane basin, een enorme variatie vaststellen, dit consequent toepassen op naamgeving, maar dit vervolgens op andere gebieden verzaken. Dat naamgeving arbitrair was dat is een feit, maar zo....?
Nu snap ik best dat we dan aanbelandt zijn op het alom en oude verhaal 'Lumper v.s. Splitter'. Dat is niet erg, graag nodig ik iedereen dan ook uit om mee te discussiëren
M.v.gr. Mark
Naamgeving orchideeën; poging tot discussie
Moderator: Michiel Janssen
- Mark Meijrink
- Berichten: 1149
- Lid geworden op: ma dec 17, 2007 4:50 pm
- Locatie: Hijum
- Contacteer:
- M.H. Schot
- Berichten: 290
- Lid geworden op: zo jan 21, 2007 9:33 pm
Re: Naamgeving orchideeën; poging tot discussie
Mark,
dit is een interessant onderwerp!
Een aantal opmerkingen zijn mij uit het hart gegrepen. Er worden nogal wat criteria gebruikt om "iets" een soort te noemen, wat niet legitiem is:
Het is nog erger
Er zijn nog meer factoren die ons "vakgebied" problematisch maken. Ik noem er twee:
Wetenschap is niet absoluut
Een belangrijke vraag is natuurlijk hoe strak we hiermee om moeten gaan.
Voor ik daar verder op inga wil ik eerst de "wetenschap" op de korrel nemen:
Wetenschap vs. Hobby
Terecht merk je op dat wij als het ware met een telescoop naar de orchideeën kijken. En dit is voor mij een fundamenteel punt. Inderdaad doen we dat. En dat willen we ook! We zijn niet voor niets orchidofielen.
We kunnen en willen ook niet anders:
Stellingname
Graag zou ik de volgende stellingen willen poneren:
dit is een interessant onderwerp!
Een aantal opmerkingen zijn mij uit het hart gegrepen. Er worden nogal wat criteria gebruikt om "iets" een soort te noemen, wat niet legitiem is:
- "groter dan"-redenen zijn mij een doorn in het oog (uitzondering als het gaat over verhoudingen, zoals: het spoor is half zo lang als het vruchtbeginsel)
- met statische argumenten heb ik grote moeite (en ik ben nog wel wiskundige)
- een taxon tot soort verheffen, omdat er een andere bestuiver in het spel is vind ik lariekoek
- twee identieke taxa een andere naam geven, omdat ze een andere herkomst hebben (feit is wel dat er vaak verschillen zijn)
Het is nog erger
Er zijn nog meer factoren die ons "vakgebied" problematisch maken. Ik noem er twee:
- In sommige gebieden zijn (onder)soorten gemakkelijk uit elkaar te houden, zoals b.v. Orchis mascula en Orchis (mascula subsp.) olbiensis in Zuid-Frankrijk. Terwijl diezelfde taxa in een ander gebied een ware mix vormen, zoals de hiervoor genoemde taxa dat in centraal Spanje doen.
- Er worden nog steeds op grote schaal nieuwe taxa beschreven en opnieuw ingedeeld (van soort naar ondersoort en vice versa)
Wetenschap is niet absoluut
Een belangrijke vraag is natuurlijk hoe strak we hiermee om moeten gaan.
Voor ik daar verder op inga wil ik eerst de "wetenschap" op de korrel nemen:
- Wetenschap is geen waarheid van "ja" en "nee", maar (deels) arbitrair.
Wetenschap is trouwens *per definitie* helemaal niet de waarheid, maar puur de uitkomst van een waarnemingsproces dat is opgezet door mensen met vooronderstellingen en gekozen uitgangspunten. - Wetenschappers die zich aan de regels der wetenschap houden kunnen tot verschillende uitkomsten komen.
Ook onder orchidofielen zijn biologen en andere wetenschappers die nieuwe soorten beschrijven. Aangezien ze dit volgens de regels der kunst doen is dit legitiem. - Wetenschappers (ik veralgemeniseer) hebben graag de wijsheid in pacht. Belangrijke wetenschappers en instituten proberen hun meningen(!) op te leggen aan anderen.
- We hebben eenduidige communicatie nodig. De wetenschappelijke naamgeving is een menselijke vinding waarbij we volgens bepaalde regels namen plakken op een wirwar aan soorten, zodat we hierna "dezelfde taal" spreken.
Wetenschap vs. Hobby
Terecht merk je op dat wij als het ware met een telescoop naar de orchideeën kijken. En dit is voor mij een fundamenteel punt. Inderdaad doen we dat. En dat willen we ook! We zijn niet voor niets orchidofielen.
We kunnen en willen ook niet anders:
- Als we naar een schaapskudde kijken zijn voor ons alle schapen gelijk. Voor de herder zijn de verschillen tussen de schapen echter levensgroot!
- Wij hobbyisten vinden het juist leuk om over details en verschillen te praten. En dat moeten we dan vooral maar doen.
- Eigenlijk zijn we verzamelaars. Plaatje van A, kiekje van B, "ik heb ze allemaal in mijn album". Wel eens in een postzegelcatalogus gekeken? Met name de dikke uitgaven staan vol van afwijkingen. En deze zijn het meeste waard! (maar niet voor een wetenschapper)
- Juist hierom hebben we behoefte aan naamgeving en structuur. We willen immers vergelijken, refereren en allerhande waarnemingen (van afwijkingen) vastleggen.
Stellingname
Graag zou ik de volgende stellingen willen poneren:
- Hoewel het goed is om naar de wetenschap te kijken, hoeven we ons als orchideeënfreaks niet in de eerste plaats te laten leiden door wat "wetenschappers" vinden.
- Een stevige hiërarchische structuur in de naamgeving komt de communicatie ten goede
- met "stevige hiërarchische structuur" bedoel ik dat we zoveel mogelijk op subsp. en var. benoemen
- hierdoor hebben we de mogelijkheid om in onze communicatie toch over afwijkingen en minimale verschillen te praten
- ondertussen blijven we de verbanden zien. B.v.: wat voor iets is Ophrys aprilia nu eigenlijk? fusca-achtige? Maar als we het hebben over Ophrys tenthredinifera subp. aprilia is het meteen veel duidelijker.
- Communicatie kan verder verbeterd worden als we een gezamenlijke referentie hanteren: een (zeer uitgebreide) universele lijst met taxonnamen. De wetenschappenlijke status van een dergelijke lijst is minder relevant.
Rien Schot
rien.schot@mail.com
rien.schot@mail.com
- Mark Meijrink
- Berichten: 1149
- Lid geworden op: ma dec 17, 2007 4:50 pm
- Locatie: Hijum
- Contacteer:
Re: Naamgeving orchideeën; poging tot discussie
Dag Rien,
leuk dat je reageert. In grote lijnen zijn het eens. Toch een paar opmerkingen.
Helaas wel, soms terecht, soms geheel onterecht. Alleen al om 'op de hoogte te blijven' d.w.z. kennis te nemen heb je veel tijd en middelen nodig.
M.v.gr. Mark
leuk dat je reageert. In grote lijnen zijn het eens. Toch een paar opmerkingen.
Ik zou zelfs verder willen gaan. Veel (onder)soorten, variëteiten, forma's, kortom: entiteiten, worden beschreven als differentiërend t.o.v. een nominaatvorm. De vraag is: Zijn deze kenmerken stabiel genoeg? Of anders: zijn deze (differentiërende) kenmerken te beïnvloeden? Neem als voorbeeld het opsplitsen van de Gymnadenia's door Dworschak. Wanneer je kijkt naar de kenmerken dan overlappen deze allemaal. Vooral het kenmerk bloeitijd is heel typisch. Wanneer deze op basis van hoogte op een rijtje worden gezet dan blijkt dat de lager gelegen taxa als eerste bloeien. Of hoe zit het dan met Ophrys (fuciflora) holoserica subsp. holosercia en subsp. elatior? Bloeit later, en schijnt een andere bestuiver te hebben. Is deze bloeitijd te beïnvloeden? En bloeit de soort later, is het dan niet een logisch gevolg dat er een andere bestuiver optreedt? Een Paardenbloem of Berenklauw die later bloeit wordt ook niet tot een andere ondersoort verheven.Een aantal opmerkingen zijn mij uit het hart gegrepen. Er worden nogal wat criteria gebruikt om "iets" een soort te noemen, wat niet legitiem is:
"groter dan"-redenen zijn mij een doorn in het oog (uitzondering als het gaat over verhoudingen, zoals: het spoor is half zo lang als het vruchtbeginsel)
Ik snap de achterliggende gedachte, alleen treden er zoveel kruisingen op dat de stelling: dat een bestuiver specifiek gebonden is aan één of meerder soorten, niet te verdedigen is.een taxon tot soort verheffen, omdat er een andere bestuiver in het spel is vind ik lariekoek
Wat is een andere herkomst? En hoe controleer je dat, zonder in fylogenie en andere verwantschapschema's te vervallen? Bedoel je hiermee Anacamptis morio subsp. morio en Ancamptis morio subsp. caucasica, Anacamptis morio subsp. albanica, Anacamptis morio subsp, syriaca, Anacamptis morio subsp. tlemcenensis etc.twee identieke taxa een andere naam geven, omdat ze een andere herkomst hebben (feit is wel dat er vaak verschillen zijn)
M.i. juist geen reden om ze bij determinaties te gebruiken omdat ze te beïnvloeden zijn. Daarnaast als iemand in Georgië een Anacamptis morio s.l. vindt, is het dan automatisch een subsp caucasica?Bovengenoemde punten kunnen uiteraard wel als prima hulpmiddel bij determinatie gebruikt worden. Voor het vastleggen of een taxon een status aparte verdient zijn ze niet overtuigend en kunnen hooguit een aanwijzing daartoe zijn.
Dit blijven idd. de grote complexen en kopbrekers. Hetzelfde geldt voor maculata v.s. fuchsii.In sommige gebieden zijn (onder)soorten gemakkelijk uit elkaar te houden, zoals b.v. Orchis mascula en Orchis (mascula subsp.) olbiensis in Zuid-Frankrijk. Terwijl diezelfde taxa in een ander gebied een ware mix vormen, zoals de hiervoor genoemde taxa dat in centraal Spanje doen.
Er worden nog steeds op grote schaal nieuwe taxa beschreven en opnieuw ingedeeld (van soort naar ondersoort en vice versa)
Helaas wel, soms terecht, soms geheel onterecht. Alleen al om 'op de hoogte te blijven' d.w.z. kennis te nemen heb je veel tijd en middelen nodig.
Eens, wetenschap is selectief. Neem als voorbeeld een onderzoek van Tyteca waarin hij het maculata-complex onderzoekt. Op basis van zijn gegevens: elodes kan niet als ondersoort en variëteit gehanteerd worden. Wanneer je echter kijkt naar wat er nu eigenlijk gemeten is, dan kom je al snel tot de conclusie dat er dus helemaal geen planten opgemeten zijn die vooraf aan de beschrijving van elodes voldeden. Ook dit argument is natuurlijk selectief. Toch ontkom je hier niet aan. Alvorens je iets onderzoek moet je wel weten wat je bemonsterd. Wanneer je het maculata-complex onderzoek zul je dus een selectie moeten maken. Dit geldt ook voor DNA. Ga je dus bij de selectie al de mist in, dan zijn je conclusies dus mogelijk vertekend.Wetenschap is geen waarheid van "ja" en "nee", maar (deels) arbitrair.
Wetenschap is trouwens *per definitie* helemaal niet de waarheid, maar puur de uitkomst van een waarnemingsproces dat is opgezet door mensen met vooronderstellingen en gekozen uitgangspunten
Wanneer je gaat om soorten beschrijven eens, op andere vlakken niet. Publicaties worden gepeerreviewed, en wanneer meerdere publicaties die op deze wijze zijn gepeerreviewed in dezelfde richting wijzen dan mag je aanneming dat men toch dit bij de waarheid zit. Wel moet ik toegeven dat deze 'waarheid' synoniem is en gesynchroniseerd is met de huidige tijdsgeest en stand van de technologie. Inzichten veranderen in de loop der tijd. Zie b.v. de aarde. Een paar honderd jaar geleden dacht men nog dat het een pannenkoek was.Wetenschappers die zich aan de regels der wetenschap houden kunnen tot verschillende uitkomsten komen. Ook onder orchidofielen zijn biologen en andere wetenschappers die nieuwe soorten beschrijven. Aangezien ze dit volgens de regels der kunst doen is dit legitiem.
Eens, wat vaak vergeten wordt is dat door deze onduidelijkheid er geen zeldzaamheidsklasse, biotopen, plantengemeenschappen, opname in gangbare flora's mogelijk is. Het is alsof we dezelfde taal spreken maar elkaar toch niet begrijpen. Sorry zuiderburen is niet raar bedoeld, maar het lijkt een beetje op Nederlands en Vlaams. Toch denk ik dat eenduidige communicatie nog ver weg is. Nu heb je hobbyisten, het bestuiverskamp, en de (zogenaamde) wetenschappers. Beide (van huis uit) niet-wetenschappers beschrijven zoveel 'entiteiten' zodat wetenschappers deze nooit kunnen beantwoorden. Aan de andere kant, wanneer meerder wetenschappers tot dezelfde conclusie komen wat betreft fylogenie wordt er nooit een taxonomische conclusie aan verbonden. Verwijt naar de hobbyisten, zij pakken dit nooit op.We hebben eenduidige communicatie nodig. De wetenschappelijke naamgeving is een menselijke vinding waarbij we volgens bepaalde regels namen plakken op een wirwar aan soorten, zodat we hierna "dezelfde taal" spreken.
Dat staat een ieder vrij, probleem is dat vroeger (morfologisch onderzoek) iedereen met 'gezond boerenverstand' dit zelf kon controleren. Met de huidige technologie kan niemand meer iets controleren. Daarnaast, zoals gezegd de wetenschap is selectief. De winst is m.i. in het 'gat' te overbruggen tussen de wetenschappers enerzijds en de hobbyisten anderzijds.Waarom schrijf ik dit? Niet om alle wetenschappelijk onderzoek naar het rijk der fabelen te verwijzen. Maar wel om de resultaten van de wetenschap te relativeren en ons vooral vrij te voelen onze hobby uit te oefenen op die manier waarop wij er plezier aan beleven
Terechte opmerking, maar nuancering is op z'n plaats.Terecht merk je op dat wij als het ware met een telescoop naar de orchideeën kijken. En dit is voor mij een fundamenteel punt. Inderdaad doen we dat. En dat willen we ook! We zijn niet voor niets orchidofielen.
Als je de herder vraagt wat zo'n wollig beestje is zal hij zeggen: Schaap!Als we naar een schaapskudde kijken zijn voor ons alle schapen gelijk. Voor de herder zijn de verschillen tussen de schapen echter levensgroot!
Graag! Maar een taxonomische conclusie daaraan verbinden is m.i. iets anders.Wij hobbyisten vinden het juist leuk om over details en verschillen te praten. En dat moeten we dan vooral maar doen.
Daar ben ik ook weleens voor uitgescholden. Wanneer orchidofielen het veld in gaan en er één wit exemplaar van een soort staat, zullen zij allemaal thuiskomen met heel veel foto's van dat ene afwijkende exemplaar. Dat is ook het leuke, maar wel met een passende taxonomie m.i..Eigenlijk zijn we verzamelaars. Plaatje van A, kiekje van B, "ik heb ze allemaal in mijn album". Wel eens in een postzegelcatalogus gekeken? Met name de dikke uitgaven staan vol van afwijkingen. En deze zijn het meeste waard! (maar niet voor een wetenschapper)
Leiden niet, maar wel bij voorkeur interpreteren, of in ieder geval kennis van nemen.Hoewel het goed is om naar de wetenschap te kijken, hoeven we ons als orchideeënfreaks niet in de eerste plaats te laten leiden door wat "wetenschappers" vinden.
Juist! Al is het maar voor determinatie. Je kunt niet tot op soortsniveau, met een hiërarchische indeling kom je dan waarschijnlijk nog tot Ophrys sphegodes s.l.. En ook de verwantschappen zijn meteen duidelijk. Een Ophys sphegodes subsp. araneola laat geen twijfel bestaan over de afstamming (al dan niet gestoeld op wetenschappelijk bewijs in wat voor vorm dan ook). Het probleem ontstaat wanneer het ene kamp, Ophrys sphegodes subsp. araneola hanteert en het andere Ophrys araneola s.l. en deze vervolgens opsplitst in meerdere ondersoorten, b.v. op basis van verspreidingsgebied.Een stevige hiërarchische structuur in de naamgeving komt de communicatie ten goede
Tsja, de denkbeeldige en spreekwoordelijke kloof. Wie bouwt een brug en steekt zijn nek uit? Ik denk dat Karel een eind op weg is/was met het Kompendium.Communicatie kan verder verbeterd worden als we een gezamenlijke referentie hanteren: een (zeer uitgebreide) universele lijst met taxonnamen. De wetenschappelijke status van een dergelijke lijst is minder relevant.
M.v.gr. Mark
Mark & Mark Orchids
http://www.wix.com/orchis/markandmarkorchids
http://www.wix.com/orchis/markandmarkorchids
- M.H. Schot
- Berichten: 290
- Lid geworden op: zo jan 21, 2007 9:33 pm
Re: Naamgeving orchideeën; poging tot discussie
Mark,
Bewust had ik een aantal zaken wat zwart-wit neergezet. Ik kan me vinden in je nuanceringen en aanvullingen.
Laat ik proberen tot de kern te komen:
Het is daarom denk ik voldoende om dit als volgt samen te vatten:
Praktijk is natuurlijk wel dat er veel ontwikkelingen hebben plaatsgehad, zoals de vele nieuw beschreven soorten en de onderzoeksresultaten van Bateman.
Daarom zou het goed zijn als onze WEO-standaard bijgewerkt zou worden.
We weten allemaal dat Karel Kreutz hier hard mee bezig is, maar ook dat het nog even duurt.
Praktisch
Het is uit praktische overwegingen dus onmogelijk om voor 100% vast te houden aan het Kompendium als standaard. Anderzijds zou dit wel ons streven moeten zijn.
Hieronder wil ik een paar principes aangeven die ik zelf hanteer. Overigens, voor "privé" gebruik heb ik een eigen namenlijst. Deze is grotendeels gebaseerd op het Kompendium, maar dan gecorrigeerd met latere publicaties (veelal eveneens van Karel). Maar naar buiten toe (op dit forum, in het Vindplaatsarchief (VPA), tijdens lezingen, etc.) hanteer ik zoveel mogelijk het volgende:
In het VPA zitten dus altijd twee namen: de naam zoals opgegeven en de geprojecteerde naam. Met deze methode kan ik met een druk op de knop omgeschakelen naar een nieuwere standaard lijst en blijft de oorspronkelijke "detaillering" behouden.
Voorbeelden:
Taak voor de WEO?
Ja natuurlijk. Het vaststellen van een (gewijzigde) lijst is een zaak en taak van de WEO!
De vraag is natuurlijk of we als WEO hier nu iets aan moeten doen. Kunnen we afwachten tot Karel zijn Europa boek uitgeeft? Eerlijk gezegd heeft dan mijn voorkeur, voor de volgende redenen:
VOETNOOT -- Kompendium --
Even een toevoeging voor de minder ingewijden. Het Kompendium van Karel Kreutz is door de WEO gekozen tot taxonomische standaard.
De officiële naam van het Kompendium is Kompendium der Europäischen Orchideen / Catalogue of European Orchids, Landgraaf 2004.
Op basis van feedback die Karel gekregen heeft is in 2005 een update gepubliceerd (Eurorchis 17).
De belangrijkste wijzigingen hierin zijn:
[list]
[*]diverse updates voor het geslacht Ophrys en een aantal andere geslachten
[*]Het geslacht Orchis wordt opgedeeld in 3 sectios (maar allemaal "Orchis" geheten):
Sectio 1, "Anacamptis", met Orchis boryi, collina, coriophora, laxiflora, morio en papilionacea (verwant aan Anacamptis pyramidalis)
Sectio 2, "Neotinea", met Orchis intacta, lactea, tridentata en ustulata (dus inclusief Neotinea)
Sectio 3, "Orchis", met Orchis anatolica, anthropophora, galilaea, italica, mascula, militaris, pallens, patens, pauciflora, provincialis, punctulata, purpurea, quadripunctata, simia en spitzelii (dus inclusief Aceras)[/list]
Opmerking: in de Kompendium-update van 2005 worden al de betreffende planten in het geslacht "Orchis" ondergebracht (uitzondering: Anacamptis pyramidalis). In latere publicaties hanteert Karel weliswaar de geslachten Anacamptis, Neotinea en Orchis, maar deze zijn nooit door de WEO als standaard overgenomen.
Het Kompendium is te bestellen op: http://www.kreutz.info, voor € 14.
Bewust had ik een aantal zaken wat zwart-wit neergezet. Ik kan me vinden in je nuanceringen en aanvullingen.
Laat ik proberen tot de kern te komen:
Met de huidige technologie kan niemand meer iets controleren.
Maar een taxonomische conclusie daaraan verbinden is m.i. iets anders.
Daarnaast, zoals gezegd de wetenschap is selectief. De winst is m.i. in het 'gat' te overbruggen tussen de wetenschappers enerzijds en de hobbyisten anderzijds.
Leiden niet, maar wel bij voorkeur interpreteren, of in ieder geval kennis van nemen.
Ondanks dat ik nog e.e.a. zou kunnen afdingen op de wetenschap, incl. de zgn. "peerreviews", is dat niet de bedoeling van dit Forum-bericht. Bovendien ben ik, met jouw, van mening dat we de resultaten van de wetenschap niet moeten negeren, maar op hun nut beoordelen en zoveel mogelijk gebruiken.Het probleem ontstaat wanneer het ene kamp, Ophrys sphegodes subsp. araneola hanteert en het andere Ophrys araneola s.l. en deze vervolgens opsplitst in meerdere ondersoorten, b.v. op basis van verspreidingsgebied.
Het is daarom denk ik voldoende om dit als volgt samen te vatten:
- Er is geen (breed geaccepteerde) manier om tot een eenduidige taxonimsche structuur te komen
- Resultaat is dat de diverse kampen een verschillende structuur hanteren, wat de communicatie in de weg staat
- Resultaten van de wetenschap moeten we niet negeren, maar ze zijn slechts beperkt bruikbaar voor "ons"
- Behoefte blijft bestaan aan een praktische en gestructureerde indeling die goed gedocumenteerd en breed geaccepteerd is.
Helemaal mee eens. Dit is de reden dan we toen ter tijd gekozen hebben om het Kompendium (zie voetnoot) als standaard voor de WEO. Niet omdat deze indeling volmaakt en niet voor discussie vatbaar zou zijn.Wie bouwt een brug en steekt zijn nek uit? Ik denk dat Karel een eind op weg is/was met het Kompendium.
Praktijk is natuurlijk wel dat er veel ontwikkelingen hebben plaatsgehad, zoals de vele nieuw beschreven soorten en de onderzoeksresultaten van Bateman.
Daarom zou het goed zijn als onze WEO-standaard bijgewerkt zou worden.
We weten allemaal dat Karel Kreutz hier hard mee bezig is, maar ook dat het nog even duurt.
Praktisch
Het is uit praktische overwegingen dus onmogelijk om voor 100% vast te houden aan het Kompendium als standaard. Anderzijds zou dit wel ons streven moeten zijn.
Hieronder wil ik een paar principes aangeven die ik zelf hanteer. Overigens, voor "privé" gebruik heb ik een eigen namenlijst. Deze is grotendeels gebaseerd op het Kompendium, maar dan gecorrigeerd met latere publicaties (veelal eveneens van Karel). Maar naar buiten toe (op dit forum, in het Vindplaatsarchief (VPA), tijdens lezingen, etc.) hanteer ik zoveel mogelijk het volgende:
- ik respecteer altijd de naam zoals gehanteerd door de vinder. Deze ik vaak gebaseerd op een lokale taxonomische lijst en bevat (dus) vaak een hoge mate van "detaillering"
- verder hanteer ik een zeer uitgebreide synoniemenlijst, waarop ik de opgegeven naam "projecteer"
- deze synoniemenlijst bestaat uit de volgende drie delen:
- alle namen volgens het Kompendium-2005
- als een naam niet voorkomt in het Kompendium, wordt deze zoveel mogelijk als subsp. of var. toegevoegd, met "(1)" erachter
- kan ik de naam niet plaatsen, dan blijft ze ongewijzigd. Ik plaats dan een "(2)" er achter.
In het VPA zitten dus altijd twee namen: de naam zoals opgegeven en de geprojecteerde naam. Met deze methode kan ik met een druk op de knop omgeschakelen naar een nieuwere standaard lijst en blijft de oorspronkelijke "detaillering" behouden.
Voorbeelden:
- Gymnadenia gabasiana ==> Nigritella rhellicani subsp. gabasiana
- Ophrys ausonia ==> Ophrys araneola subsp. ausonia (1)
- Ophrys kaleensis ==> Ophrys kaleensis (2)
Taak voor de WEO?
Ja natuurlijk. Het vaststellen van een (gewijzigde) lijst is een zaak en taak van de WEO!
De vraag is natuurlijk of we als WEO hier nu iets aan moeten doen. Kunnen we afwachten tot Karel zijn Europa boek uitgeeft? Eerlijk gezegd heeft dan mijn voorkeur, voor de volgende redenen:
- we moeten een breed draagvlak hebben voor een standaard namenlijst
- we moeten er voor waken dat we niet om de havenklap de lijst aanpassen.
- we moeten met de lijst straks probleemloos aansluiting kunnen vinden bij de taxonomie in Karel's Europa boek.
VOETNOOT -- Kompendium --
Even een toevoeging voor de minder ingewijden. Het Kompendium van Karel Kreutz is door de WEO gekozen tot taxonomische standaard.
De officiële naam van het Kompendium is Kompendium der Europäischen Orchideen / Catalogue of European Orchids, Landgraaf 2004.
Op basis van feedback die Karel gekregen heeft is in 2005 een update gepubliceerd (Eurorchis 17).
De belangrijkste wijzigingen hierin zijn:
[list]
[*]diverse updates voor het geslacht Ophrys en een aantal andere geslachten
[*]Het geslacht Orchis wordt opgedeeld in 3 sectios (maar allemaal "Orchis" geheten):
Sectio 1, "Anacamptis", met Orchis boryi, collina, coriophora, laxiflora, morio en papilionacea (verwant aan Anacamptis pyramidalis)
Sectio 2, "Neotinea", met Orchis intacta, lactea, tridentata en ustulata (dus inclusief Neotinea)
Sectio 3, "Orchis", met Orchis anatolica, anthropophora, galilaea, italica, mascula, militaris, pallens, patens, pauciflora, provincialis, punctulata, purpurea, quadripunctata, simia en spitzelii (dus inclusief Aceras)[/list]
Opmerking: in de Kompendium-update van 2005 worden al de betreffende planten in het geslacht "Orchis" ondergebracht (uitzondering: Anacamptis pyramidalis). In latere publicaties hanteert Karel weliswaar de geslachten Anacamptis, Neotinea en Orchis, maar deze zijn nooit door de WEO als standaard overgenomen.
Het Kompendium is te bestellen op: http://www.kreutz.info, voor € 14.
Rien Schot
rien.schot@mail.com
rien.schot@mail.com
Re: Naamgeving orchideeën; poging tot discussie
Zal ik mij er dan ook maar even in mengen. een groot deel van de discussie gaat een beetje langs mij heen omdat het erg technisch is maar ik kan wel dit opmerken:
Daarnaast wil ik nog opmerken dat DNA techniek inderdaad misschien wel de juiste genetische indeling geeft, maar dat dat niet makkelijk hanteerbaar is, dan zou je van elke plant die je tegenkomt DNA monsters moeten nemen. Ik heb ooit eens een artikel gelezen in het tijdschrift van de NOV dat, ik meen, Ophrys apifera, holoserica en tenthredinifera allen dusdanig genetisch verwant zijn dat ze op een hoop gegooid dienen te worden onder O. apifera. Dat lijkt mij niet op zijn plaats het zijn m.i. afzonderlijke soorten gebaseerd op uiterlijke kenmerken en stabiele populaties. Maar waar trek je dan de lijn tussen soort, ondersoort en variatie? Is het een goede indicatie als twee soorten naast elkaar voorkomen te kijken naar het % hybrides? Als apifera en holoserica werkelijk ondersoorten binnen apifera zouden zijn zouden we dan niet bijvoorbeeld minsten 75% (ik noem maar een getal) hybrides moeten zien? En hoe verklaar je dat dan in het geval van O. pupurea en militaris? ik ken populaties in frankrijk waar toch zeker 50% hybrides staan tussen deze twee. Zou je dan die twee niet ook als ondersoort moeten gaan zien?
Ik denk dat een combi van DNA-technieken en visuele observaties de beste indeling zou moeten geven. De moeilijkheid is inderdaad om hier gezamenlijk tot een eenduidige methodiek te komen, maar hoe, dat blijft nog steeds de grote vraag.
Groet,
Dirk
Dit vind ik een interessante opmerking mij bekruipt af en toe het gevoel dat er ook chauvinistische belangen zijn verbonden aan naamgeving; Fransen hanteren liever de naamgeving zoals die door Franse onderzoekers zijn geopperd en in Brazilië zie je datzelfde gebeuren met de Lealia/Sophronitis/Cattleya/Hoffmannseggella/Brazilaelia discussie. En dat is jammer. We hebben uiteindelijk allemaal hetzelfde belang en dat is een duidelijke en eenduidige naamgeving zoals Linnaeus dat ooit bedoelt heeft.Resultaat is dat de diverse kampen een verschillende structuur hanteren, wat de communicatie in de weg staat
Daarnaast wil ik nog opmerken dat DNA techniek inderdaad misschien wel de juiste genetische indeling geeft, maar dat dat niet makkelijk hanteerbaar is, dan zou je van elke plant die je tegenkomt DNA monsters moeten nemen. Ik heb ooit eens een artikel gelezen in het tijdschrift van de NOV dat, ik meen, Ophrys apifera, holoserica en tenthredinifera allen dusdanig genetisch verwant zijn dat ze op een hoop gegooid dienen te worden onder O. apifera. Dat lijkt mij niet op zijn plaats het zijn m.i. afzonderlijke soorten gebaseerd op uiterlijke kenmerken en stabiele populaties. Maar waar trek je dan de lijn tussen soort, ondersoort en variatie? Is het een goede indicatie als twee soorten naast elkaar voorkomen te kijken naar het % hybrides? Als apifera en holoserica werkelijk ondersoorten binnen apifera zouden zijn zouden we dan niet bijvoorbeeld minsten 75% (ik noem maar een getal) hybrides moeten zien? En hoe verklaar je dat dan in het geval van O. pupurea en militaris? ik ken populaties in frankrijk waar toch zeker 50% hybrides staan tussen deze twee. Zou je dan die twee niet ook als ondersoort moeten gaan zien?
Ik denk dat een combi van DNA-technieken en visuele observaties de beste indeling zou moeten geven. De moeilijkheid is inderdaad om hier gezamenlijk tot een eenduidige methodiek te komen, maar hoe, dat blijft nog steeds de grote vraag.
Groet,
Dirk
Zie http://s63.photobucket.com/albums/h123/Dirk80/ voor mijn (orchidee)foto's.