Vondst van 18 juni, gedaan op Öland, Zweden, in een moerasgebied op kalk. In de directe omgeving werden ook gevonden Dactylorhiza incarnata, bloeiend/einde bloei, en Liparis loeselii, bloeiend. De afgebeelde planten deden mj nog het meest denken aan Dactylorhiza praetermissa, een soort die voor zover ik weet overigens van het eiland niet bekend is. Suggesties?
Tja, noch D. praetermissa noch D. sphagnicola zijn bij mijn weten van Öland bekend. Ik vind de planten ook minder lijken op de sphagnicola's die ik gezien heb (Haute Fagne) dan op praetermissa. D. traunsteinerii zou wel op Öland voorkomen, maar dat blijft voor mij een nogal cryptische soort...
Als ik zo naar de algemene habitus kijk en naar de kleine bloemen, dan denk ik dat je toch in de richting van incarnata moet gaan. De bladeren zijn stijf omhoog gericht, lang, kielvormig en kapvormig toegenepen ...
lipje is nagenoeg niet ingesneden....
Het zou kunnen dat er een zekere invloed is van een ander taxon (hybride), maar dat kan ik van hier niet met zekerheid zeggen.
De planten waren forser dan de incarnata's ter plaatse en bloeiden nog volledig terwijl de incarnata's over hun hoogtepunt heen waren. De bloemen waren ook groter en de lip was niet dubbelgeslagen, zoals je bij incarnata vaak ziet.
De suggestie dat er invloed is van een ander taxon zou bevestiginging kunnen vinden in de forse habitus (heterosis effect). Maar welk taxon? Wellicht komt dan toch D. traunsteineri in aanmerking, al heb ik de soort zelf niet gezien. Wel D. fuchsii, maar die herken ik er niet in.
Er stonden ook andere planten die mij tussenvormen leken van deze planten en D. incarnata en die ik dan ook voor kruisingen tussen beiden houd. Mogelijk dus een hybridezwerm(pje) van kruisingen en terugkruisingen.
Het beste is waarschijnlijk maar weer gewoon concluderen, zoal wel vaker bij Dactylorhizavondsten: valt niet met zekerheid onder een specifieke soortnaam te brengen.