Hoi, hier ben ik weer met een vraagje.
Ik ben deze week weer eens op pad getrokken in de Viroin-streek, en daar heb ik onder andere enkele Gymnadenia conopsea gevonden.
Maar enkele onder hen, trokken toch mijn aandacht doordat de bloemetjes anders stonden dan bij de meeste.
En dan heb ik ook nog een Ophrys gevonden, Ophrys holoserica, maar deze had witte sepalen. Is dat gewoon toeval, of is dit dan toch nog een andere soort?
Beste Bram,
De Hommelorchis (Ophrys fuciflora) komt ook met witte bloemdekbladen (sepalen) voor. Zie onderstaande foto van een exemplaar uit de Bourgogne.
Groet
Jos
Ik had ondertussen inderdaad al opgemerkt dat er een grote kleurenvariatie kon zijn bij de orchideeën, maar dat ze volledig wit (zonder een albino-vorm te zijn) konden zijn, dat wist ik niet.
Bedankt voor de bevestiging.
Hopelijk weet iemand ook het antwoord op de vraag over de Gymnadenia, dan zou mijn dag helemaal goed zijn.
de Gymnadenia Conopsea zien er wellicht een beetje vreemd uit omdat de bloemetjes gedraaid zitten, maar verder is er niks afwijkends aan te zien. Volgens mij is er wel een bepaalde term voor planten waarbij alle bloemen gedraaid zijn, maar die term heb ik nog niet in mijn vocabulair zitten.
G. odoratissima lijkt me uitgesloten. Het spoor van een G. odoratissima is korter dan (max. even langs als) het vruchtbeginsel. Bij de planten op de foto's is het spoor duidelijk een stuk langer dan het vruchtbeginsel.
Bij de G. conopsea van de Vrakelberg en Kunderberg zijn ook regelmatig gedraaide bloemen te zien.
Ook ik heb een determinatieprobleem met een Gymnadenia. In een populatie G. conopsea dit exemplaar aangetroffen, waarvan de lip nauwelijks is ingesneden en dus geen duidelijk drielobbige lip heeft.
Met vriendelijke groeten, Bert.
de variatiebreedte is groot wat de lipvorm van G. conopsea betreft. Sommige hebben een diep ingesneden lipvorm, bij anderen is dat wat minder. Het blijven echter G. conopsea.
Op jou foto is het spoor niet gemakkelijk te zien. Als de foto in Nederland (zuid-limburg) gemaakt is, zou dit wel de subsp. Densiflora kunnen zijn. Is de bloeitijd van deze plant enkele weken later dan de gewone G. conopsea? Dat zou nogmaals pleiten voor een Densiflora.
Hoi Mark,
De foto is vandaag in de Eifel gemaakt. Er stonden nog vele bloeiende G. conopsea, dus geen sprake van latere bloeitijd.
Met vriendelijke groeten, Bert.
Ik heb mijn foto's nog eens herbekeken, en je hebt volkomen gelijk. Het ziet er inderaad een gewone G. conopsea uit.
Toch blijf ik de stand van de bloemen raar vinden.
in de knop zit een orchideeënbloem steeds met de lip naar boven. Opdat de lip optimaal benut zou kunnen worden als "landingsplatform" voor insecten die voor de bestuiving moeten zorgen (en om dus tot de bloemstand te komen zoals we die kennen bij een geopende bloemaar), moet de bloem 180° draaien. Deze draaiïng wordt "resupinatie" genoemd. Dit kan gebeuren door ofwel een torsing van het vruchtbeginsel, ofwel door torsing van het bloemsteeltje wanneer dit aanwezig is.
Het komt wel vaker voor dat deze draaiïng zich niet voor de volle 180° doorzet. Daardoor staan de bloemen vaak wat raar (schuin) ingeplant in de bloemaar.
(Nota - bij enkele soorten is de draaiïng anders - bij de veenmosorchis bijvoorbeeld, draait de bloem 360° door zodat de lip weer bovenaan komt te zitten en dus eigenlijk ondersteboven hangt - uitzonderingen bevestigen altijd de regel ...)
Na de bestuiving keert het vruchtbeginsel meestal terug in de oorspronkelijke stand en verdwijnt de torsing. Dit kan ook een reden zijn waarom je bij ver gevorderde bloei, raar ingeplante bloemetjes kan vinden in de aar.
Ja dat verklaart voor mij nu wel alles. Ik heb een heleboel bijgeleerd dankzij de uitleg die je gaf, en ik ben er ook op gaan letten de laatste keer dat ik er ging zoeken.
Heel erg bedankt voor je uitleg :)